TOP
Christoph Goerg
De ruïne van kasteel Baldenau in de Hunsrück.

Ontspannen, wandelen en lekker eten in de Hunsrück

Het moet niet altijd de Eifel of het Sauerland zijn. De Hunsrück in de deelstaat Rijnland-Palts is de ideale regio om ver weg van alle toeristische drukte te ontspannen.

Tekst: Frank Störbrauck

Smaak is onderhevig aan verandering en dat is ook zo bij vakantie. Mijn keuze gaat in de laatste jaren steeds vaker uit naar regio’s in Duitsland waar je rust vindt. Toen ik onlangs een vriendin vertelde dat ik van plan was op vakantie naar de Hunsrück te gaan, vroeg ze met een mengeling van verbazing en afkeer: “Naar de Hunsrück? Wat moet je daar nou?” Ik moet er wel bij vertellen dat die vriendin meer houdt van de jetset van de grote stad. Even naar Londen om in Oxford Street te shoppen of even naar de Parijse Marais-wijk om uit eten te gaan in een chic restaurant, dat vindt zij leuk. Maar dat is niets voor mij: ik houd van mensen en streken die nog oorspronkelijk zijn. Geen poespas en geen toeristen, die elkaar in de weg lopen. De Hunsrück is zo’n omgeving, vind ik.

In het hart van Rijnland-Palts

De Hunsrück is misschien niet het eerste waar je aan denkt als je vanuit Nederland naar een bergachtig gebied wilt reizen. Het Bergisches land, het Westerwald, het Siegerland of de Eifel liggen qua bereikbaarheid eerder voor de hand. Maar die streken ken ik allemaal. Dit keer is de Hunsrück aan de beurt. Het gebiet tussen Kell am See in het zuiden en Emmelshausen in het noorden heeft een oppervlakte van krap 4.444km², ligt in het hart van Rijnland-Palts en bestaat voor een groot deel uit middelgebergte. Op een landkaart is de regio vrij makkelijk te herkennen. De rivieren Rijn, Moezel en Nahe omsluiten het gebied en in het zuiden vormt het Saarland de grens van de Hunsrueck.

Te bereiken is de regio gemakkelijk via de A 61 tot ongeveer 50 kilometer zuidwestelijk van Koblenz, waar de echte reis begint. Daar vind je de belangrijkste bezienswaardigheden van de streek, zoals de Geierlay-hangbrug die op 3 oktober 2015 officieel werd geopend. Deze attractie is de eerste op mijn lijstje. Voordat je de brug bereikt, moet je een stuk door het bos en over een weide lopen. De Geierlay-hangbrug zweeft boven het dal van de Mörsdorfer beek, goed verstopt in het bos.

Dominik Ketz

Op weg naar de Geierley hangbrug

Auto’s mogen niet in de buurt van de brug komen. Op een afstand van ongeveer twee kilometer van de brug ligt midden in Mörsdorf een parkeerplaats waar je kunt parkeren. Daar is ook het bezoekerscentrum waar je meer te weten komt over de totstandkoming van de brug. Er hangt een monitor waarop je beelden ziet van de webcam bij de brug en het bruggenhoofd. Het lijkt alsof het niet druk is. Zou ik de brug voor mij alleen hebben? Ik wil niet langer wachten en ga op weg. Eerst door het dorp en over een veld. Langs vers gemaaide grasveldjes, keurig gesnoeide hortensia’s en kakelende, vrijlopende kippen. Het ziet er allemaal pico bello uit en het lijkt wel of Mörsdorf zich van zijn mooiste kant wil laten zien.

Na een wandeling van ongeveer 20 minuten kom ik eindelijk bij de brug aan. Het is vrijdagmiddag en de lucht ziet eruit alsof er nog wat regen kan vallen. Alleen ben ik helaas niet. Tussen de twintig en dertig bezoekers lopen over de brug naar het tegenoverliggende dorpje Sosberg. Evenveel mensen zitten op bankjes bij het bruggenhoofd en kijken dromerig naar dit architectonische hoogstandje.

Dominik Ketz

Het lijkt net of sommige bezoekers helemaal niet van plan zijn een voet op de brug te zetten. “’Gaan jullie maar, ik wacht hier”, hoor je vaak. Tellingen via de live-cam hebben uitgewezen dat gemiddeld elke vijfde bezoeker de brug toch niet oploopt.

Een statige, majestueuze brug

Maar ik laat me niet kennen. Een kleine adrenalinekick kan geen kwaad. Ik kijk naar boven, waar de zon weer vrij spel heeft en wandel in de richting van de sparrenbomen die in een groep rondom de Geierlay staan. Als ik midden op de brug sta, is het plotseling doodstil. Ongeveer honderd meter onder mij loopt een groep wandelaars door het dal. Een paar van hen zwaaien naar mij. Ik doe mijn ogen dicht en geniet van dit moment. Dit statige en majestueuze bouwwerk heeft een fantastische uitstraling. Het liefst zou ik een ligstoel en een cocktail halen om hier een paar uurtjes te blijven.

Dominik Ketz

Als het zachtjes begint te regenen pak ik mijn biezen. Met een licht geknor kondigt mijn maag aan dat het zo langzaam tijd is op zoek naar wat eetbaars te gaan. Direct naast het bezoekerscentrum is een kleine eetgelegenheid met zelfbediening. Een latte macchiato met een stuk taart gaan er wel in. In de biergarten zitten een paar Nederlanders.

Elk jaar een bezoek aan dit prachtige gebied

“We komen hier elk jaar naar toe”, meldt een van de vrouwen. “Een vriend van ons heeft een stukje verderop een camping en daar zijn we minstens een keer per jaar.” En waarom ze zo graag hierheen komt? “Vanuit Venlo, waar we wonen, ben je met de auto heel snel hier en de natuur met de bergen is prachtig”, antwoordt ze. De mannen aan tafel houden hun mond. Op mijn vraag wat zij het beste vinden aan de Hunsrück, antwoordt een van hen: “Het bier”. Onder toestemmend gegiechel van de anderen neemt hij nog een slok van zijn pils.

De volgende dag bezoek ik een andere attractie van de streek: het nationaalpark Hunsrück-Hochwald, dat net als de hangbrug in 2015 werd geopend. Het park is ongeveer 10.000 hectare groot. In de brochure wordt het beschreven als ‘mysterieus, magisch en imposant’. Het bestaat uit oude beukenbossen, veengronden, met stenen bezaaide hellingen en weiden vol arnica-en borstelgras. Van heel Midden-Europa is dit de streek waar de meeste wilde katten voorkomen. Degenen die flora en fauna in het het jongste nationaalpark van Duitsland liever met een gids willen verkennen, kunnen aan zgn. ‘rangertours’ deelnemen.

Rangertour in het Nationaalpark Hunsrueck Hochwald

Frank Störbrauck

Rangertour

Deze worden zowel voor individuele personen als voor gezinnen georganiseerd en zijn gratis. De tours vertrekken op vaste tijdstippen vanaf een vast vertrekpunt en zijn onderverdeeld in thema’s: een tour naar de top, de Keltische tour en een rotsen-, wilde katten-, eiland-, grens- en bostour. Daarnaast worden er nog tientallen avonturentochten aangeboden. De rangers van het park beschouwen zich als natuurbeschermers. Niet voor niets is het credo van het park ‘Laat de natuur natuur zijn’. En daarbij hoort ook, dat de rangers hun kennis over de flora, fauna, geologie en ecologische omstandigheden aan geïnteresseerde bezoekers doorgeven. Groepen kunnen rondleidingen met een gecertificeerde gids boeken. Deze zijn niet gratis.

Ik heb besloten deel te nemen aan een rangertour op zaterdagmiddag. Trefpunt is het Hunsrückhuis aan de Erbeskopf, met 816 meter de hoogste berg van Rijnland-Palts. Op de parkeerplaats aan de voet van de berg staan niet zoveel deelnemers. Een groep jongemannen van midden twintig verschijnt uitgerust met een krat bier. Al snel blijkt dat ze niet van plan zijn een tocht door de natuur te maken.

Avonturen klimbos of wandeling

Wel zijn ze gekomen voor het avonturenklimbos ‘Highlive’ aan het andere einde van de parkeerplaats. “Gaan jullie daarna nog op pad voor een wandeling door het natuurpark?”, vraag ik nieuwsgierig. “Nee, alleen action in het klimpark”, antwoordt een van de mannen. Ze pakken hun krat op en verdwijnen in de richting van de kassa van het klimbos.

Frank Störbrauck

Onze ranger, Stefan Roth, is een begin veertiger en wacht inmiddels bij de ingang van het Hunsrückhuis. Hoeveel deelnemers hij vandaag op zijn tour heeft weet hij nog niet. “Afwachten, dat is van tour tot tour verschillend”, weet hij te vertellen en wist het zweet van zijn voorhoofd. De zon brandt flink vandaag. Ook al koelt het in de Hunsrück ’s nachts behoorlijk af, overdag kan het er met gemak meer dan dertig graden worden. Tot slot voegt zich nog een gezin met vier kinderen bij ons. Onze tweeënhalf uur durende wandeling door het nationaalpark kan beginnen.

Bos wordt moeras

Roth loopt voorop in de richting van de bosrand. De rest van de groep volgt en luistert steeds aandachtig naar zijn uitleg. Het aantal sparrenbomen moet ten gunste van de beuken worden teruggedrongen. In het bos zien we douglassparren, berken, beuken, pijpestro en verrassend veel vingerhoedskruid. Voor sommige mensen is de tour misschien niet zo heel erg spectaculair, maar voor een stadmens zoals ik die nauwelijks een spar van een douglas kan onderscheiden, is het wel degelijk leerzaam.

Gerhard Haensel

“De laatste stop”, kondigt Roth aan. “Nu wordt het ernst. Ik wil graag dat jullie allemaal achter me blijven.” De bodem wordt soppig. “Kijk, hier groeit distel, adelaarsvaren en pijpestrootje. Dat is geen goed teken voor de toestand van het moeras”, licht de ranger toe. Daarvoor in de plaats moeten hier in de toekomst weer typische moerasplanten en -dieren groeien en leven. Meerdere keren per jaar komen vrijwilligers hierheen die de sloten afsluiten, waar op dit moment nog water wegvloeit. Het moet hier weer een moeras worden, zoals dat vroeger ook was. Of dat ooit zal lukken is niet duidelijk…

Het nationaalpark Hunsrück-Hochwald staat nog in de kinderschoenen. Een natuurlijk bos, wat het ooit weer moet worden, is het nog lang niet. Dat zal meerdere decennia duren. In ieder geval weten rangers zoals Stefan Roth het voorzichtige begin van het nationaalpark zo vol overgave uit te leggen, dat niet alleen natuurvrienden voor deze zaak warm lopen.

Overnachten en dineren in het park

Wie de idylle van het nationaalpark optimaal wil beleven, moet er ook ’s nachts blijven. Ik ga op weg en rijd door de dorpen die in het park liggen. Geen mens te verkennen, alleen maar een paar koeien in de wei. Vanzelfsprekend zijn er in het park geen gigantische hotelgebouwen te vinden. Maar er is wel een gasthuis met een voortreffelijke keuken. Samen met zijn vrouw Christiane Detemple-Schäfer heeft Oliver Schäfer in het achthonderd zielen tellende gehucht Neuhütten een klein hotel met de veelbelovende naam ‘Le Temple’.

Exquise gerechten uit de keuken van sterrenrestaurant Le Temple Hunsrueck.

Frank Störbrauck

Al sinds 1992 koken de beide echtelieden in hun fijnproeversrestaurant. In 1994 werden ze door de testers van Michelin geëerd met een ster. Sindsdien fonkelt de ster onafgebroken. Ik heb hier de zaterdagavond op het terras gedineerd en ik moet zeggen het was fantastisch. Het is niet te geloven dat je in de afgelegen Hunsrück zo’n exquise keuken vindt.

Tot ziens

De volgende dag eindigt mijn reis door de Hunsrück, maar ik wil er nog niet aan denken mijn koffer te moeten pakken. Met gesloten ogen laat ik de reis nog eens de revue passeren. Omdat ik de natuur, de stilte en de eenzaamheid in de Hunsrück zo intensief heb beleefd, heb ik ook talloze indrukken in mij opgenomen. Ik merk hoe goed het voor mij als stadsmens is een weekend zonder hectiek van de metropool door te brengen. Tot de volgende keer, Hunsrück!

Eike Dubois

Informatie

Hunsrück-Touristik GmbH

www.hunsruecktouristik.de

Hotel-Restaurants

Birkenhof

www.hotel-birkenhof-hunsrueck.de

Le Temple

www.le-temple.de