TOP
Foto: Markus Spiske

Franzbrötchen: Echt iets voor zoetekauwen

De inwoners van Hamburg houden van ‘Labskaus’, het zeemansgerecht uit het noorden, drinken graag Alsterwasser (bier met limonade) en zijn helemaal gelukkig als hun Hamburgse voetbalvereniging in de tweede Bundesliga doelpunten maakt. Hij of zij is bovendien dol op de Reeperbahn, ook ’s nachts om half drie, en is met de haven en de schepen vertrouwd. Oké, dat zijn misschien een beetje te veel clichés, vooral ook omdat bij Labskaus en voetbal de meningen aan de ‘Elbperle’ (zoals Hamburg liefkozend wordt genoemd) uiteenlopen. Maar er is één onderwerp waar de inwoners van de Hanzestad het met elkaar eens zijn: het ‘Franzbrötchen’ is de zoetste Hamburgse uitvinding aller tijden. Een dag kan nauwelijks zoeter beginnen als met een Franzbrötchen vers van de bakker.

Tekst: Simone Sever

Waar komt het vandaan?

Maar waarom, vraag je je dan af, heet dat kleverige zoete ding eigenlijk ‘Franzbrötchen’ en niet ‘Hamburger’ of iets dergelijks? Over het ontstaan van het begeerde gebak doen de meest wilde verhalen de ronde. Ten eerste is er het verhaal met Napoleon, die weliswaar nooit in de Elbestad is geweest, maar wiens troepen op 19 november 1806 de stad binnenvielen, met in hun bagage een langwerpig wit brood, het zogenaamde ‘Franzbrot’. Een blijkbaar creatieve en bakkende tijdgenoot voegde bij het bakken van dit Franzbrot dan zomaar boter en kaneel toe, gooide het geheel in de pan en vond tussen neus en lippen door het Franzbrötchen uit.

 Foto: Simone Sever

Foto: Simone Sever

Hamburgs ‘sweetest thing’

In een andere legende wordt beweerd dat de Franz’scher-bakkerij in het destijds nog Deense Altona (westelijk deel van Hamburg) zich bij de creatie van een nieuw product door de Scandinavische kaneelkoffiebroodjes liet inspireren. Maar of het nu de Fransen waren of de Scandinaviërs die de basis legden voor Hamburgs ‘sweetest thing’ maakt eigenlijk helemaal niets uit, want het Franzbrötchen is op en top Hamburgs en niets anders!

En hoe verschillend de bewoners van de mooiste stad van Duitsland (hier spreekt een Hamburgse, die mag dat zeggen!) zich ook presenteren, in zoveel uiteenlopende variaties vind je ook de Franzbrötchen: met rozijnen, met pompoenpitten, met chocolade, volkoren of met stukjes appel… En traditioneel meestal ingedeukt en op een bijzondere manier opgerold. En waar vind je de lekkerste Franzbrötchen in de stad? Ook daarover zijn de meningen verdeeld en heeft elke Hamburger m/v een eigen Franzbrötchen-leverancier. Mijn tip: Café Stenzel in de wijk Schanzenviertel.

Overigens mogen de inwoners van de Hanzestad ongeveer om de twee jaar stemmen over welke bakkerij het lekkerste Franzbrötchen aanbiedt. Wanneer de volgende stemming plaatsvindt, vind je op de Franzbrötchen-website.

Recept

Ingrediënten voor 20 stuks:

voor het deeg

500 g meel

40 g gist

70 g suiker

250 ml lauwwarme melk

70 g boter

1 snufje zout

1 onbehandelde citroenschil, geraspt

 

voor de vulling

200 g boter

200 g suiker

2 tl kaneel

meel om het deeg uit te rollen

margarine om het bakblik in te vetten

 

Toebereiding:

Het meel in een kom doen, in het midden een kuiltje maken en de gist erin brokkelen. Er een beetje suiker overheen strooien, de melk erover gieten en de gist in de melk oplossen. Zachte boter, resterende suiker, zout en de geraspte citroenschil over de meelrand verdelen. Vanuit het midden alle ingrediënten met de hand of met een mixer met deeghaken tot een glad deeg roeren. Afgedekt op een warme plaats laten rijzen, totdat het volume zich in ongeveer 30 tot 40 minuten heeft verdubbeld. Het deeg nog een keer krachtig doorkneden en op een met meel bestrooide ondergrond tot een rechthoek van 25 x 30 cm uitrollen.

Foto: Golubovy/shutterstock.com

De gekoelde boter in dunne plakjes snijden en op de helft van het deeg leggen. De andere helft er overheen klappen. De deegranden samendrukken en onder het deeg schuiven. Op een met meel bestrooide ondergrond tot een rechthoek van 30 x 50 cm uitrollen. Over de smalle kant het deeg voor ca. 1/3 deel dichtklappen en het andere 1/3 deel daar weer overheen slaan, zodat er drie lagen deeg over elkaar liggen. Vervolgens 15 minuten op een koele plaats laten rusten.

Het deeg op een met meel bestrooide ondergrond tot een grootte van 40 x 80 cm uitrollen. Met een kwastje en water bevochtigen en kaneel en suiker vermengen en gelijkmatig over het deeg verdelen. Het deeg over de lange zijde oprollen tot een afgeplatte rol van 6 cm breed ontstaat. De naad aan de onderkant rollen en de deegrol in 4 cm brede stukken snijden. Elk stuk met een steel van een houten lepel evenwijdig aan de snijkant krachtig indrukken. Op een afstand van tenminste 4 cm op twee ingevette bakblikken leggen en afdekken. Het bakblik dat als eerst wordt gebakken 15 tot 20 minuten op een warme plaats laten rijzen, het tweede blik op een koele plaats neerzetten, zodat het deeg langzamer rijst. In het midden van een voorverwarmde oven bij een temperatuur van 200 °C 25 minuten bakken.