TOP
Foto: Bouke Atema/Shutterstock
Een zingende vogel in een boom in Duitsland

Nationaal Park Hainich – waar de natuur de baas is

Het Nationaal Park Hainich beschermt het grootste beukenbos van Duitsland. In het voorjaar verandert het bos in een zee van fris groen en witte bloemen. Zelfs de wilde kat voelt zich hier weer thuis.

Een wilde kat in Nationaal Park Hainich in Dutisland

Foto: Dave M. Hunt/Shutterstock

Een ark van Noach in het hart van Duitsland

Paradijselijke rust? Een gek die het gelooft! Hier is het paradijs in ieder geval allesbehalve doodstil. In het voorjaar, na de schijnbaar eindeloos durende winter, hoor je iedere morgen opnieuw een meesterlijke, door de natuur gecomponeerde symfonie. Het frisse groen van het bos vormt het podium van de musici, die je eerder hoort dan dat je ze ziet. Ze piepen en tsjilpen, krijsen en krassen, zoemen en gonzen. Sommige dansen liever voor je.

Hier vind je 2050 soorten kevers, meer dan 1000 soorten vlinders, 188 vogelsoorten en 47 verschillende zoogdieren, waaronder zelfs de schuwe wilde kat. Je staat midden in een enorme ark van Noach, die echter niet in Klein-Azië, maar in het hart van Duitsland gestrand is, in een oeroud struikgewas van immense bomen, dood hout, mossen, korstmossen en paddenstoelen. Wie een bezoek brengt aan Hainich, het grootste aaneengesloten loofbos van Duitsland, merkt al snel dat in dit natuurpark niet de mens de baas is maar de natuur.

Nationaal Park Hainich is een paradijs voor dieren en planten

Hainich is 160 vierkante kilometer groot en ligt centraal in Midden-Duitsland, in Thüringen, in de driehoek van de steden Eisenach, Mühlhausen en Bad Langensalza. Het zuidelijke gedeelte, goed voor ongeveer de helft van het gebied, is sinds 1997 een nationaal park en daardoor extra beschermd. ‘Wordt in het natuurpark hiernaast nog hout gekapt, wij doen op meer dan 90 procent van het gebied niets meer. Wij hebben andere taken’, vertelt Jens Wilhelm, hoofdboswachter van het Nationaal Parkbeheer.

Ongebruikt bos dat gewoon mag groeien bestaat bijna niet meer. Slechts op 0,2 procent van de oppervlakte van Duitsland staan beuken die oud mogen worden. En wat je erin stopt, komt er ook weer uit: omdat men hier de natuur zijn gang laat gaan is Hainich een paradijs voor veel dieren en planten.

Beuken in Nationaal Park Hainich in Duitsland

Foto: Sven Hofmann/Shutterstock

Als mens mag je het Nationaal Park wel bezoeken, want milieueducatie heeft men hoog in het vaandel staan, onder het motto: je wilt alleen iets beschermen wat je kent. Ga te voet of per fiets, of laat je in een ‘Kremser’ (een koets) voorttrekken door twee paarden. Door en rondom het beschermde gebied lopen meer dan 120 kilometer aan wegen en belevingspaden, zonder dat ze echter de zeer waardevolle kernzone doorkruisen. Bij de oprichting van het Nationaal Park eind 1997 was dit een ander verhaal. In die tijd had het terrein geen toeristische waarde. Het gebied werd door de Nationale Volksarmee en de Rote Armee als schietterrein gebruikt – normale stervelingen hadden met het oog op de met lood vervuilde lucht geen toegang en nadat de soldaten waren vertrokken moest eerst de resterende munitie worden opgeruimd.

De grond ruikt zoet

Maar het militair gebruik had ook een goede kant. ‘Voor de bosindustrie was het kappen van hout taboe. Hierdoor kon hier de afgelopen vijftig jaar een bos ontstaan dat sterk lijkt op de in Midden-Europa inmiddels lang verdwenen natuurlijke oerbossen’, vertelt Jens Wilhelm, waarna hij zijn bezoekers van het startpunt Craulaer Kreuz meeneemt het groen in. Het bladerdak beschermt tegen de lichte motregen, de grond ruikt zoet. In maart was het hier nog helemaal bedekt met lenteklokjes, bosanemonen en holwortels, nu overheerst een opvallend geurende plant: de daslook.

Als een groen tapijt verspreiden de bladeren zich en in mei zal een witte bloemenzee de grond bedekken – en dat over vele honderden hectaren. ‘Net als andere looksoorten werd daslook vroeger ook als groente en heilzame plant gebruikt’, weet Jens Wilhelm, die er niets tegen heeft als ook de huidige bezoekers van Hainich de bladeren plukken – natuurlijk wel buiten de grens van het Nationaal Park. ‘Men zegt dat daslook het bloed reinigt, kramp verhelpt en het lichaam ontgift – net als knoflook.’ Zo ruikt het bos ook als je er in deze periode doorheen loopt. En de opvallende geur volgt je tot in de pensions in de regio, waar daslooksoep op het menu staat.

Gigantische veteranen in Nationaal Park Hainich

Nu en in oktober, als het blad van beuken en eiken, essen en Noorse esdoorns, maar ook van zeldzamere boomsoorten als elsbes en vogelkers bont verkleuren, komen de meeste bezoekers naar Hainich. Toch is een bezoek het hele jaar door de moeite waard. In de zomer explodeert het leven in het dode hout, dat hier niet wordt opgeruimd, maar langzaam vergaat. De bomen zelf zijn de grootste trekpleister: gigantische veteranen, door de storm afgebroken takken met enorme zwammen, de echte tonderzwammen, naar groeiende boven jongelingen – 28 soorten, die elkaar beconcurreren om licht en voedingsstoffen.

Een boomwandelpad in Nationaal Park Hainich in het centrum van Duitsland

Foto: Takashi Images

Maar niet alleen op de grond is Hainich een spannend leefgebied. Een normaal gesproken voor de mens onbereikbaar gedeelte, het bladerdak, is toegankelijk via een boomkroonpad. Over een loopplank gaat het stukje bij beetje, meter na meter de hoogte in, de kruinen van de imposante beuken in. Informatieborden leggen uit dat hier vleermuizen en bonte spechten dartelen.

Maar even spannend zijn de insecten die om je heen zoemen. Soms is het een kever die voorbij zoeft, soms een nachtvlinder op zoek naar nectar. Bij de entreeprijs is een rondleiding inbegrepen – rangers van het Nationaal Park leggen de bijzonderheden van het bos uit en wijzen je dan de weg naar het 40 meter hoge uitzichtsplatform. Vanaf hier kun je kijken naar Wartburg en Eisenach, over Hainich en het vruchtbare land van het bekken van Thüringen.

Op de fiets de omgeving verkennen

Twaalf ‘Hainicht-gastheren’ zijn gecertificeerde partners van Nationaal Park Hainich en van Natuurpark Eichsfeld-Hainich-Werratal. ‘De partners kennen de streek goed, hechten belang aan lokale producten en kunnen zich vinden in de filosofie van de beschermde gebieden’, aldus Anne-Katrin Dille van Toerisme Hainichland. De herberg Alter Bahnhof in Heyerode bijvoorbeeld, midden in het bos op de kam van Hainich in de buurt van de grens van het Nationaal Park, geeft gasten fietsen waarmee ze de omgeving kunnen verkennen – later op de zwoele zomeravond lonkt de Biergarten. In Kammerforst vind je de Thüringer keuken en homemade taart. De achtste generatie van de familie Rettelbusch runt hier het gelijknamige pension. Tegenwoordig hebben ze ook een dependance aan de bosrand, het Hainich-Haus.

Kunstenaarsdorp Hütscheroda

In kunstenaarsdorp Hütscheroda, ten zuiden van Hainich,  gaat het er iets smaakvoller aan toe. Het dorp ligt zo verstopt tussen de heuvels, dat andere mensen het niet zo makkelijk vinden. Het telt slechts 69 inwoners – en een paar wilde katten. Op een leerpad kun je veel over de schuwe fluweelpoten te weten komen, maar je komt ze maar heel zelden tegen. In een oude schuur opent binnenkort een opvang voor wilde katten, waar je ze meteen kunt bewonderen. Ernaast ligt een imposant herenhuis met park.

Beuken in Nationaal Park Hainich in Duitsland

Foto: Sven Hofmann/Shutterstock

Waar eens de ridders van Wangenheim verbleven, zwaait nu Manuel Spieth de scepter en hij verwent de gasten van het hotel en restaurant in de gewelfde kelder met een middeleeuws banket. Aan de westelijke kant van het Hainich is Wolfgang Stötzel in het dorpje Mihla een bron van verhalen. Zijn ‘Graues Schloss’ ligt aan de rivier de Werra en zo af en toe maken kanovaarders hier een tussenstop.

Zelfs vanuit Nieuw-Zeeland kwamen bezoekers naar Hainich om het echte Duitse bos te ervaren dat ze alleen van de verhalen kenden. Ook het verhaal van het Nationaal Park klinkt als een sprookje. In het begin werd het zoals bijna elk beschermd gebied fel bestreden, maar tegenwoordig horen we bijna niets dan lof. Toch sluimert Hainich nog in een soort Doornroosjeslaap, omdat het buiten Thüringen nauwelijks bekend is. Maar daar komt nu verandering in, want 2011 is Hainich uitgeroepen tot Werelderfgoed van Unesco. En zo wordt het kleine stukje beukenbos in een adem genoemd met de Galapagoseilanden en de Serengeti.

Informatie over Nationaal Park Hainich

Reis

Het Nationaal Park Hainich ligt in het westelijke deel van Thüringen, tussen Eisenach, Mühlhausen en Bad Langensalza.
Alle drie de steden zijn bereikbaar per trein.

Attracties

Wandelen: een 120-kilometer lang wandelpad voert vanaf mei in zeven dagetappes om het beschermde gebied. De bagage wordt van tussenstop naar tussenstop vervoerd.

Boomkroonpad bij de Thiemsburg: open van april tot en met oktober, 10 tot 19 uur; november tot maart 10-16 uur. Entree is inclusief een bezoek aan de tentoonstelling in het bezoekerscentrum van het Nationaal Park: volwassenen € 9, gezinskaart € 24.

Centrum voor wilde katten in Hütscheroda: open van april tot oktober, dagelijks van 10 tot 18 uur; november tot maart, vrijdag tot zondag 10-16 uur. Volwassenen € 7, gezinskaart € 16

Accommodatie

Hotel Zum Herrenhaus in Behringen/Hütscheroda: tweepersoonskamer vanaf € 83 p.n.

Hotel Graues Schloss in Mihla: tweepersoonskamer vanaf € 54 p.n.