TOP
La Mia Fotografie

Eindelijk weer meer kegelrobben op Helgoland

In de Winter zijn weer veel puppy’s van kegelrobben op Helgoland geboren, waardoor de populatie kegelrobben is gegroeid.

Tekst: Franz LerchenmĂŒller

Deze familie gaat Frank Gutzke in het bijzonder aan het hart: “De kleine kwam op 24 december ter wereld. Meestal worden de puppy’s na de geboorte door de moeders van de stieren afgeschermd. Maar in dit geval kwam de oude uit het water en begroette zijn vrouwtje met zijn neus tegen haar neus. Het zag er bijna uit alsof ze elkaar kusten. Sindsdien liggen ze hier gedrieĂ«n heel intiem bij elkaar.”

De door het weer getekende noorderling houdt nu al meer dan drie weken de wacht op DĂŒne. Op het zandeilandje vlak voor Helgoland ligt zelfs een klein vliegveldje. Vanaf december werpen de kegelrobben hier hun puppy’s. Frank Gutzke en zijn collega’s van de vogelbescherming Jordsand letten erop dat ze niet te veel gestoord worden.

Veel puppy's van kegelrobben worden op Helgoland geboren

Franz LerchenmĂŒller

De kegelrobben golden aan de Duitse kust ongeveer honderd jaar als uitgestorven. Ze hadden zich teruggetrokken in de Noord-Atlantische Oceaan richting Noorwegen en Schotland. In 1989 werden ze weer op Helgoland ontdekt; het eerste jong werd in 1996 geboren. Sindsdien groeit het bestand gestaag – blijkbaar is er in de Duitse bocht weer genoeg vis. In 2017 werden er 317 puppy’s geteld; het jaar ervoor ongeveer 247.

Toeristische trekpleister

Het grootste roofdier van Duitsland zorgt tegen de achtergrond van het enige ‘Hochseeinsel’ (eiland buiten de territoriale wateren) voor de schattigste nakomelingen van het land. En zo’n superlatief willen de Helgolanders uiteraard ook als toeristische trekpleister uitbuiten. Maar de drang van bezoekers om zo dicht mogelijk bij de dieren te komen is moeilijk te verenigen met de behoefte van de robben om hun jongen ongestoord te laten opgroeien. Om ervoor te zorgen dat de positieve ontwikkeling zich doorzet, trotseren Gutzke en consorten dagelijks vrijwillig de meest uiteenlopende weersomstandigheden.

De kegelrobben zijn een echte toeristische trekpleister geworden

Franz LerchenmĂŒller

Vanuit Helgoland varen toeristen met een kleine, stampende veerboot naar DĂŒne. Vervolgens lopen ze dwars over de zandstranden, die het 0,7 kmÂČ grote eiland aan drie zijden omsluiten. Het zand schuurt in witte wolken over de platte bodem en daar liggen ze al: alleen in kuilen en gedeeltelijk door opgewaaid zand bedekt, alsof ze zo uit de hemel zijn gevallen. Zestig tot zeventig centimeter lange, bewegingsloze dikke wurmen met een vuilwitte donzige vacht. Er waait een gure wind.

Soms lijkt het wel of de diertjes bevroren zijn, totdat er eentje met twee zwarte kogelronde, schijnbaar klaarwakkere ogen boven het zand uitkijkt of een zacht huilgeluid laat horen. De moeder ernaast, een lichtgrijze, bijna twee meter lange spekrol, kijkt af en toe oplettend met haar spitse snuit in het rond. En uit het schuimende zeewater houdt de trotse papa, een zwartglanzende, 250 tot 300 kilo zware kolos zijn territorium en zijn geliefde vrouw goed in de gaten.

Elke dag een kilo spek meer

Een beetje liggen, slapen en sabbelen aan moeders tepels – jonge robben bruisen bepaald niet van activiteit. Hun belangrijkste opgave is het om per dag Ă©Ă©n kilo spek aan te komen. Soms liggen ze een beetje op hun rug te wiegen of huppen gesteund op hun voorste flippers een stukje door het zand. Maar steeds controleren ze even: is mama er nog?

De vacht van de iets oudere baby-kegelrobben kleurt langzaam grijs

Franz LerchenmĂŒller

Bezoekers mogen de dieren niet dichter dan op 30 meter benaderen – een afstand die door de meeste bezoekers niet wordt aangehouden. Als iemand het echt tĂ© dol maakt, gaat Gutzke erop af en spreekt duidelijke taal: “U blijft nu gewoon staan! Met uw heen- en weergeloop maakt u de dieren nerveus. Ga rustig in het zand zitten zoals de fotografen achter u het ook doen. Dan kan het zijn dat de robben zelfs naar u toe komen.”

Naast idyllisch familieleven ook rivaliteit

Toeristen kunnen op eigen gelegenheid op pad gaan om zo het aandoenlijke familieleven van de robben te aanschouwen. Of soms ook zien hoe een stier uit het water komt en wonderbaarlijk snel en schijnbaar geĂ«rgerd de zandheuvel omhoog schuift. Dreigend spert hij zijn bek open. De iets kleinere rivaal, die naderbij geslopen is en eruitziet alsof hij geen vlieg kwaad kan doen – maar het wel degelijk had voorzien op zijn vrouw – kiest zo snel mogelijk weer het hazenpad.

Interessanter is het een wandeling te maken onder begeleiding van een van de ‘zeehondenjagers’ Dieter Siemens en Rolf Bledel. Beide heren werken in dienst van de regering van Sleeswijk-Holstein, waartoe Helgoland behoort. Ze moeten helaas weleens een zwaargewond of ziek dier afschieten, maar treden hoofdzakelijk op om de dieren te beschermen.

Een vliegtuig en een snelle bevalling

Een jong dat twee uur geleden is geboren, ligt nat en met een warrige vacht naast zijn moeder. Een stuk navelstreng hangt nog aan zijn buik. “Net als bij mensen zijn de geboortes totaal verschillend”, legt Siemens uit. “Soms duren de weeĂ«n heel lang, maar we hebben het ook weleens beleefd dat tijdens de geboorte een vliegtuig over de moeder heenvloog: plop – van schrik was het jong er!”

Met een beetje geluk kunnen toeristen zien hoe Siemens of Bledel een van de dikkerdjes aan de driehoekige achterflippers vastpakt en er met een tang een groen identificatiemerkje in vastniet. Van het gespartel van de dieren trekken ze zich niets aan.

De rode rotsen langs de kust van Helgoland

Franz LerchenmĂŒller

Hier gaat de tijd nog langzaam

De meeste bezoekers houden het na twee tot drie uur bij de robben voor gezien. Ze willen ook wat van Helgoland beleven. Het is een uniek eiland: de oude molen, de lift tussen de stadsgedeeltes Unter- en Oberland en de jarenvijftighuizen met daken van leitjes, die in evenwijdige rijen langs de zee staan. Rondom de vuurtoren, kerktoren en Telekomtoren huilt en jaagt de wind.

In de allang weer begroeide bomkraters staan schapen dicht opeen en in de winkels in de voetgangersgebieden liggen stapels parfumflesjes, sloffen sigaretten en whiskyflessen. Ook als het eiland wekenlang van de buitenwereld afgesloten zou zijn, zouden de eilandbewoners met gemak nog de ene party na de andere kunnen vieren. En dankzij de duizenden belastingvrije Zwitserse horloges zouden ze steeds weten hoe langzaam de tijd voorbijgaat.

Het eiland zag eruit als een plank met houtworm

Gebombardeerd, gedeeltelijk in de lucht gesprongen, vlak gemaakt, weer opgeworpen en opgebouwd – over de verschillende episodes uit het afwisselende verleden van de rode zandsteenrots kom je meer te weten tijdens een bunkerrondleiding.

Het eiland zag eruit als een plank met houtworm toen het Duitse leger hier gestationeerd was geweest: gangen van wel 13 kilometer lang liepen hier dwars door de rotsen. Na de Tweede Wereldoorlog werden alle militaire installaties opgeblazen. Alleen de 370 meter lange civiele bunker, waarin 4000 mensen bescherming zochten en vonden, is bewaard gebleven en kan worden bezichtigd.

Huisjes van kreftenvissers op Helgoland

Ondrej Prosicky

Kreeft en knieper

Het museum en aquarium herinneren aan de geschiedenis van de kreeftvisserij. Hoewel het Alfred-Wegener-Institut zich hier voor de terugkeer van de kreeften inzet, zijn deze schaaldieren – ooit het handelsmerk van Helgoland – in de buurt van het eiland zeldzaam geworden.

Ter vervanging propageren de Helgolanders een nieuwe specialiteit, de zogenaamde ‘Knieper’, scharen van de in overvloed aanwezige Noordzeekrab. Uit culinair oogpunt is dit echter geen alternatief: het draderige vlees doet eerder denken aan uitgekookte cellulose – het is de saus die het gerecht zijn smaak moet geven.

Minstens een of twee keer moet natuurlijk ook het plateau op de drie kilometer lange Klippenwandeling rondgelopen worden. Hoe stormachtiger, hoe beter: Bij windkracht 10 drukt de wind de mensen voor zich uit en krijgen de aalscholvers op de Limmen-rotsen en de meeuwen bij de Lange Anna de gelegenheid een paar vliegkunsten in de lucht te laten zien. Wie hier bij zo’n storm rondstapt, denkt dat hij elk moment de lucht in kan vliegen.

Uitzwermen en weer terugkomen

Tot slot gaan we nog Ă©Ă©n keer naar de robben. Frank Gutzke waakt vandaag in de buurt van twee jonge dieren. Ze zijn al grijs en verliezen de laatste plukken van de donzige babyvacht. De dieren zijn ongeveer vier weken oud. Binnenkort is het voorbij met de gratis voeding aan moeders borst. Elke dag kan het zover zijn dat ze op weg gaan naar de zee verderop.

Het leven van een zwerver met uitstapjes naar Schotland en Noorwegen lokt, net als een nieuw, onafhankelijk bestaan als zelfverzorger: ergens anders smaken haring en spiering ook en als er zo af en toe een tongetje tussen zit is dat nog beter! “Over vijf of zes jaar”, weet Gutzke te melden, “als ze volwassen zijn, komen ze terug en stichten hier hun eigen gezin.”

Informatie

Helgoland Touristik www.helgoland.de

Franz LerchenmĂŒller